U bent hier: Home - Beroepen - Medewerker TD-Onderhoudsmonteur - Lawaai

Printvriendelijke versie

 
 

Te nemen maatregelen:


Tijdens de werkzaamheden van de medewerker technische dienst/onderhoudsmonteur staan deze mogelijk bloot aan gehoorbeschadigend lawaai. Geluidmetingen moeten dit bevestigen. Het is hier met name het omgevingslawaai bij werkzaamheden en onderhoud aan houtbewerkingsmachines. De  machines in de werkplaats van de TD kunnen ook een bijdrage leveren in de blootstelling aan lawaai. Hierbij moet men denken aan het slijpen van gereedschap of zagen, laswerkzaamheden, compressoren en het gebruik van perslucht.. Uiteraard geldt hier ook als men regelmatig werkplekken/ruimten bezoekt waar sprake is van veel lawaai dit een bijdrage levert aan de totale dagdosis.
Er kan blijvende gehoorschade ontstaan als geen maatregelen worden getroffen en er geen gehoorbescherming wordt gebruikt.

Bronmaatregelen

  • geluidarmere bewerkingen toepassen door inzet van ander geluidarm gereedschap (terugdringen geluiddruk)
  • gebruik van elektrisch gereedschap in plaats van pneumatiek (terugdringen perslucht)
  • toerental verlagen van gereedschap binnen de grenzen die door de fabrikant is aangegeven en de oppervlakte kwaliteit van het materiaal niet ongewenst beïnvloed
  • maatregelen voor lawaaireductie die aangegeven staan bij de individuele (veel gebruikte) houtbewerkingsmachines en de oplossingen aangegeven bij Algemene oplossingen blootstelling aan houtstof en geluid bij houtbewerkingsmachines

Collectieve maatregelen

  • omkasten van het proces of machine
  • het afschermen van de bron of de ontvanger (abri), wachtruimte
  • het aanbrengen van afscherming en absorptiemateriaal
  • vast inklemmen van werkstukken om geluidstrillingen tegen te gaan bij bewerking
  • het verend opstellen van machines (overdracht van geluid,het zogenaamde contactlawaai, tegengaan)

Individuele maatregelen

  • beperken van de blootstellingsduur aan lawaai

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • De werkgever is verplicht aan werknemers die bloot staan aan lawaai otoplastieken te verschaffen. In de CAO is afgesproken dat voor niet productiepersoneel en personeel dat niet in een lawaaizone werkzaam is in overleg met de arbodienst wordt bepaald of gehoorbescherming noodzakelijk is. In overleg met de ondernemingsraad, pesoneelsvertegenwoordiging of arbofunctionaris en betrokken werknemers kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan het verstrekken van otoplastieken/bescherming.
  • persoonlijk aangemeten otoplastieken
  • gehoorkappen (alleen bij kortdurende blootstelling)

Hulpmiddelen voor de medewerker TD-onderhoudsmonteur m.b.t. lawaai

  • geluidarm gereedschap gebruiken

Meer informatie

  • AI-4  Lawaai op de arbeidsplaats. Arbo Informatieblad 4 is een uitgave van de SDU in Den Haag

 
 
 

< terug naar vorige pagina